Je werkerscoöperatie financieren in drie stappen

In een werkerscoöperatie nemen medewerkers niet alleen deel aan de besluitvorming maar ook aan de financiering: ze hebben aandelen van hun onderneming en zijn dus mede-eigenaar. Werkerscoöperaties hebben dus een ‘extra’ financieringsinstrument boven op de klassieke instrumenten waarover ook alle andere vennootschappen beschikken. Waarom is dit interessant wanneer je je onderneming wil omvormen naar een werkerscoöperatie, of wanneer je er een wil opstarten? En waarom is het voor de medewerkers interessant? En hoe bepaal je hoeveel financiering je via deze weg kan of wil ophalen? In deze praktijkfiche helpen we je op weg met een overzicht van de te zetten stappen.

praktijkfiche-financiering

Download deze praktijkfiche in pdf.

1. Interessant voor je onderneming?

Geld kent vele vormen. En elk financieringsinstrument heeft zijn eigen wetmatigheden, en voor- en nadelen. Vanuit financieringsoogpunt zijn dit drie belangrijke redenen voor een onderneming om voor financiële participatie door de medewerkers te kiezen:

Duurzame financiering

Financiering door medewerkers is duurzaam. De medewerker heeft een arbeidsrelatie én een financiële band met de onderneming. Door die dubbele relatie zijn de medewerkers-vennoten meer gemotiveerd om hun aandelen te houden dan aandeelhouders met een louter financiële band die er uit speculatieve overwegingen in- of uitstappen.

Goedkope financiering

Kapitaalparticipatie door de medewerkers is, net als eventuele kapitaalparticipatie door niet-medewerkers, ook een relatief goedkope manier om je onderneming te financieren. Of het kapitaal vergoed wordt, hangt altijd af van het resultaat. Je moet je geen zorgen maken over afbetaling, noch over de kost van de intrest. Daarbovenop komt ook het beperkte voordeel van de notionele intrestaftrek, waarmee je een deel van de op deze manier opgehaalde middelen mag aftrekken van de belastbare basis (winst).

Hefboom

Wanneer je op zoek gaat naar krediet, probeert je kredietverlener zijn risico op wanbetaling zo laag mogelijk te houden. Ten eerste zal hij voldoende eigen vermogen eisen, namelijk de eigen middelen die de medewerkers inbrengen. Deze inbreng is voor de financier het bewijs dat ook zij zich echt verbinden met de onderneming en dus bereid zijn er echt voor te gaan.

Anderzijds zal de financier ook kijken naar de waarborgen die de werkerscoöperatie biedt. Ga je met de middelen bijvoorbeeld activa (vastgoed, machines …) aankopen? Dan weet de financier dat hij bij faling minstens een deel van zijn middelen terugziet via de verkoop van die activa. Wanneer je voornamelijk diensten aanbiedt en weinig activa nodig hebt, zitten zijn middelen voornamelijk in de verwerving van kennis en het opbouwen van een klantenbestand. Als waarborg is dit veel minder aantrekkelijk, waardoor er ook meer eigen vermogen vereist wordt.

Meer dan financieel

De voordelen van financiële participatie door de medewerkers reiken verder dan het puur financiële. Wanneer mensen een rechtstreeks belang hebben in de resultaten van de onderneming, zijn ze ook meer betrokken.

Bovendien is het een manier om externe inmenging te beperken, want de invloed van een grote externe kapitaalverstrekker (particulier of institutioneel) is niet te onderschatten – zelfs al is zijn formele stemrecht volgens de statuten beperkt.

2. Interessant voor de medewerker?

Het houdt uiteraard niet op bij bovenstaande afwegingen. Ook als medewerker moet je een aantal zaken afwegen vooraleer je je centen ter beschikking stelt van je werkerscoöperatie in ruil voor aandelen.

Zeggenschap

Koop je aandelen van je werkerscoöperatie, dan krijg je stemrecht en de mogelijkheid om het bestuur samen te stellen. Naast een investering is het dus ook een manier om je stem in de onderneming formeel te verankeren.

Investering

Heb je als medewerker aandelen van je onderneming, dan heb je een dubbele band met je werkerscoöperatie. Je ontvangt een vergoeding voor je geleverde prestaties. Bovendien leg je nu ook enkele beleggingseieren in de mand van je werkerscoöperatie. Dit kan een mooie meerwaarde opleveren, persoonlijk en maatschappelijk. Wees je wel bewust van het feit dat, wanneer het slecht afloopt met je werkerscoöperatie, je niet alleen je werk verliest, maar misschien ook een deel van je financiële middelen. Anderzijds heb je nu stemrecht zodat je minstens op de hoogte blijft van het reilen en zeilen van je werkerscoöperatie, en zelfs een stem hebt in de gang van zaken. Je hebt de toekomst van je werkerscoöperatie dus zelf mee in handen, wat bij andere soorten investeringen niet vaak het geval is.

Let wel, het ligt nooit vast hoe je investering evolueert en wat je er eventueel aan overhoudt. Ten eerste bepalen de statuten of je op het einde van de rit al dan niet met meerwaarde kan uitstappen. Minwaarde bij verlies draag je als aandeelhouder wel altijd. Ten tweede is ook het rendement op je investering onzeker. Maakt de onderneming winst, dan beslis je via de algemene vergadering of de raad van bestuur formeel wat er met die winst gebeurt. En of er een deel als dividend aan de vennoten wordt uitgekeerd.

Fiscaal voordeel

Sinds 1 januari 2016 kan je een deel van je kapitaalparticipatie aftrekken van je belastingen. Voorwaarden zijn dat de werkerscoöperatie jonger dan 4 jaar is en dat je de aandelen minstens 4 jaar houdt. Afhankelijk van de omvang van de onderneming mag je 30 tot 45 % van het geïnvesteerde bedrag aftrekken (geplafonneerd op 100.000 euro per vennoot, en op 250.000 euro voor alle vennoten samen). Dit voordeel is er niet voor bestuurders en zaakvoerders (gedelegeerde bestuurders of bedrijfsleiders) van de werkerscoöperaties.

schema-financiering-werkerscoop

3. Hoeveel ga je langs deze weg ophalen?

Is financiering door de medewerkers nuttig voor het bedrijf en interessant voor henzelf?

Dan resten er drie centrale vragen.

›› Hoeveel middelen heeft de onderneming nodig voor de opstart, de werking en de investeringen?

›› Hoeveel middelen willen en kunnen de werkers, individueel en/of collectief, inbrengen in hun eigen onderneming?

››Waar haal je de rest van het vereiste bedrag vandaan?

Hoeveel nodig?

Als onderneming moet je minstens voldoende middelen hebben om:

  • de gewenste investeringen te doen, inclusief opstartkosten indien je een werkerscoöperatie in oprichting bent (denk bijvoorbeeld aan notariskosten voor het neerleggen van je statuten);
  • de eerste jaren een eventueel negatieve cashflow te kunnen opvangen;
  • een buffer aan te leggen voor onvoorziene tegenslagen.

Een stevig uitgewerkt financieel plan laat je onderneming toe om hier de nodige bedragen op te plakken. Reken altijd eerder voorzichtig, en onderzoek een aantal verschillende scenario’s (expected – worst – best). In ieder geval heb je voor een cvba minstens het minimumkapitaal van 18.550 euro nodig.

Let wel, aandelen dienen niet om te worden ‘opgegeten’. Je kan ze gebruiken voor grote investeringen of om de opstartfase te overbruggen. Maar na verloop van tijd moet er wel ‘iets van waarde’ tegenover staan.

Hoeveel beschikbaar?

Hoeveel aandelen wil je als medewerker aankopen? En de collega’s? Dit is misschien wel het moeilijkste stuk van de financieringsoefening. Ten eerste omdat er veel mensen bij betrokken zijn (vaak: alle medewerkers).

Bovendien is alles wat geld aangaat ook nog altijd een taboe. Een doordachte aanpak en transparante communicatie zijn dus noodzakelijk.

Enkele tips:

  • Elke betrokken medewerker moet toegang hebben tot alle informatie zodat hij een weloverwogen keuze kan maken.
  • Geef iedereen voldoende tijd en ruimte om hierover na te denken en zijn partner of familie bij de keuze te betrekken.
  • Geef het vertrouwen ook de kans om te groeien. In een eerste fase kan je bijvoorbeeld anoniem peilen naar de betalingsbereidheid. Zo heb je al een idee van de grootteorde van de eigen inbreng, en dus ook van het bedrag dat je nog elders moet zoeken.
  • Heb begrip voor elkaars persoonlijke situatie. Voor een 52-jarige medewerker met afgestudeerde kinderen liggen de financiële mogelijkheden anders dan voor iemand van 26 die net een tweede kind kreeg en een huis begint af te betalen.

En de rest?

We verwijzen hierbij graag naar het eerder vermelde hefboomeffect. Hoe meer kapitaal de medewerkers inbrengen, hoe makkelijker (en goedkoper!) je toegang hebt tot andere financiering.

Bestaat die andere financiering niet uit aandelen, dan noemen we het vreemd vermogen. Het zal meestal bestaan uit leningen of kredieten met welbepaalde terugbetalingsmodaliteiten en een financiële kost (interest) die het risico voor de financier weerspiegelt. De looptijd van vreemd vermogen is idealiter gelijk aan de levensduur van de investeringen waarvoor het gebruikt wordt. Om bepaalde periodes zoals een opstart te overbruggen, bestaan er speciale kredieten op korte termijn, zoals het kaskrediet of een straight loan.

Is je werkerscoöperatie door de Nationale Raad voor de Coöperatie erkend? Dan kan je misschien wel terecht bij het participatiefonds voor de sociale economie Trividend voor een achtergestelde lening of een kapitaalparticipatie.

Ben je een starter? Dan zijn er voor jou een aantal concrete financieringsinstrumenten voorhanden.

Tot slot

Je merkt het. Financiering via aandelen van de medewerkers is toch net iets anders dan de gekende financieringsinstrumenten waar elke vennootschap beroep op kan doen. Stel jezelf dus de vraag of het voor jouw onderneming geschikt is en of het voor de medewerkers interessant is. Is het antwoord twee keer ja, dan kan je je buigen over de vragen hoeveel je nodig hebt en hoeveel je kan en wil inbrengen.


Download deze praktijkfiche in pdf.

Meer weten? Lees ook Aandelen stap voor stap.

photo credit: Katie@! Annie and her Mythical Beans via photopin (license)

Bekijk ook:

Expertises gelinkt aan deze case: