Vijf vragen over financiering aan Alexander van Het Hinkelspel

Wanneer zoek je voor je coöperatieve project middelen bij vennoten, en wanneer ga je voor extern kapitaal? Alexander Claeys legt de aanpak van kaasmakerij Het Hinkelspel uit en geeft tips aan starters mee.

Hoe hebben jullie destijds jullie startkapitaal bijeengebracht?

Wij zijn in 1982 onze kaasmakerij gestart met een aantal vennoten die het kapitaal bijeenbrachten. Dat kapitaal was onvoldoende, we moesten het zien te redden met occasiemateriaal en alle gevolgen van dien. Daar kwam verandering in toen we een wedstrijd wonnen van de Belgische Vereniging van Banken, goed voor 300.000 Belgische frank (ongeveer € 7.500). Zonder die inbreng zou het waarschijnlijk kantje boord geweest zijn. We hebben ons businessplan pas opgesteld naar aanleiding van die wedstrijd. Dat is niet meer de manier waarop je vandaag een bedrijf start. Een degelijk businessplan is nu een absolute voorwaarde.

Jullie starten nu een nieuw project. Wat houdt het in en hoe gaan jullie het financieren?

We starten met een overdekte markt op ons terrein aan de Lousbergskaai in Gent. Dat gaat gepaard met een grote verbouwing. Vier partners zullen er ruimte huren en het project mee uitdragen. Maar die partners brengen geen kapitaal in. De financiering komt van een externe lening, en van onze bestaande vennoten: familie, vrienden, klanten … Zij spreken ook hun netwerk aan en trekken nieuwe vennoten aan. Op die manier verhoogt het kapitaal in gelijke tred met de omzet, die door dit project zal stijgen. En natuurlijk scherpt kapitaalinbreng ook de betrokkenheid van de vennoten aan.

Niet al jullie vennoten werken in de zaak?

Neen, we zijn met een 80-tal vennoten, waarvan 7 werkende vennoten en 4 in een traject naar vennoot. Omgekeerd zijn ook niet al onze medewerkers vennoot. We streven er wel naar om in elk van onze drie afdelingen telkens twee tot drie werkende vennoten te hebben, zodat in elke afdeling zeker iemand mee is met het reilen en zeilen van die afdeling. Medewerkers die wel vennoot worden, zijn overigens niet verplicht om ook mee te besturen. De vennoten in onze raad van bestuur zijn de werkende vennoten plus drie externe bestuurders, aangetrokken om de juiste vragen te stellen.

Wat is de respons op de oproep voor de overdekte markt?

We hebben een mail gestuurd naar al onze vennoten. En tot nu toe zijn er al een 20-tal mensen bereid gevonden om aandelen te kopen. Je kan het een soort van crowdfunding noemen, maar we gaan er niet mee naar het grote publiek. Want je wil niet om het even wie binnen krijgen alleen om het geld. Dat lijkt me iets waar je achteraf spijt van kan krijgen.

Maken jullie soms gebruik van externe financiering, en wanneer?

Dat doen we altijd voor grote investeringen van meer dan 30.000 euro. Zo hebben we vroeger kunnen rekenen op de participatie van Netwerk Vlaanderen en Hefboom. Zij hebben een participatie genomen, en wij hebben die op een vijftal jaar terugbetaald. Vandaag kunnen starters voor een gelijkaardige formule ook bij Trividend terecht. Nu, wanneer de aandelen in je coöperatie niet aan nominale waarde genoteerd worden, kunnen ze in waarde stijgen. Dus als je goed boert, draag je in dat geval meer af via zo een participatie dan via een klassieke bank, nu de rentes zo laag staan. Maar je draagt wel bij aan de sociale economie op die manier. Dat is een keuze om te maken.