Het Vlaamse banenpact: verwachte impact op de sociale economie

De hervorming van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid draait op volle toeren. Na het doelgroepenbeleid dat in januari werd voorgesteld, volgt binnenkort een tweede hoofdstuk over de ‘kwalitatieve’ maatregelen. Het gaat om een batterij maatregelen waarmee ruim 1.000 ondernemingen uit de sociale economie meer dan 30.000 mensen uit de kansengroepen aan werk helpen. De eerste contouren van die hervorming tekenen zich stilaan af. Omdat de financiële en organisatorische impact mogelijk aanzienlijk is, brengt Febecoop Adviesbureau een overzicht uit waarmee de ondernemingen die impact in kaart kunnen brengen.

Vaak combineren maatwerkbedrijven (de voormalige sociale en beschutte werkplaatsen) een hele reeks maatregelen om kansengroepen aan het werk te krijgen: Artikel 60, SINE, gesco… al dan niet samen met een zuster-vzw die mensen uit de kansengroepen via de werkervaringsprojecten (WEP+) naar het reguliere arbeidscircuit leidt.

brochurecover

Tienduizenden arbeidsplaatsen

In de sociale economie werken bijna 10.000 mensen met een leefloon in een Artikel 60-contract. Bijna 9.000 langdurig werklozen werken bij inschakelingsbedrijf met een SINE-erkenning, waaronder veel dienstenchequebedrijven. In de sector hebben zo’n 5.000 mensen een gesco-statuut. Ook bij plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA) en lokale diensteneconomie-bedrijven (LDE) zijn telkens ruim 1.000 doelgroepwerknemers aan de slag. Ook doorstromingsprogramma’s (WEP+) en werk-welzijnstrajecten (arbeidszorg) zijn goed voor elk ongeveer 2.000 gebruikers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Stroomlijnen

Al deze maatregelen beloven grondig hervormd en gestroomlijnd te worden in het tweede hoofdstuk van het Vlaamse Banenpact. Zo heeft minister van Sociale Economie Homans verklaard dat dienstenchequebedrijven geen beroep meer zouden kunnen doen op SINE-maatregelen. Wat zeker is: de gesco’s onder haar bevoegdheid worden geregulariseerd. Staat dit ook te gebeuren voor gesco’s onder bevoegdheid van andere ministers, of zullen deze gesco’s uitdoven?

Voor een bedrijf zoals Wonen en Werken Opleiding vzw in Leuven maakt dit een levensgroot verschil. Patrick Wauters: “Bij onze ondersteunende diensten zoals de financiële, commerciële en personeelsdienst, zit 70 % van de medewerkers in een gesco-statuut. Indien deze gesco’s ook voor 95 % geregulariseerd worden, dan is dat te dragen. In geval van afschaffing of uitdoving komt onze hele overhead, en bijgevolg onze hele organisatie, op de helling te staan.”

Wat met andere maatregelen staat te gebeuren, is nog niet bekend. Toch doen ondernemingen er goed aan om alvast in kaart te brengen in welke mate ze van deze maatregelen gebruik maken. De brochure van Febecoop Adviesbureau is er om hen daarbij te helpen.

Achtergrond

In het kader van de zesde staatshervorming ging zowat het volledige arbeidsmarktbeleid van het federale niveau over naar de regio’s. Nieuwe bevoegdheden zijn onder meer de financiële incentives aangereikt door het doelgroepenbeleid, maatregelen ten gunste van langdurig werklozen én de arbeidsmarktbegeleiding van leefloners. Een eerste stap was een vereenvoudiging van het doelgroepenbeleid. Dit kreeg vorm in het eerste hoofdstuk, het ‘kwantitatieve luik’, van het Vlaamse Banenpact dat in januari 2015 verscheen.