7 voorstellen voor Vlaanderen

In Vlaanderen is het coöperatieve gedachtengoed al bijna twintig jaar in opmars. De coöperatie is er ondertussen ingeburgerd in onder meer hernieuwbare energie, biolandbouw, communicatie. Ze steekt ook de kop op in nieuwe, innoverende sectoren als cohousing, het beheer van commons, duurzame mobiliteit, digitale deelplatforms … Telkens formuleren mensen via een ondernemingsmodel een positief antwoord op de grote kwesties die onze samenleving beroeren.
Veel van die initiatieven danken hun succes aan een aantal overheidsmaatregelen. Daarnaast namen de coöperatieve ondernemers en hun vertegenwoordigers zelf de verantwoordelijkheid op om het coöperatieve model te promoten in diverse geledingen van de samenleving. Een constructieve samenwerking tussen de overheid en de sector leidde tot sprekende resultaten die tot ver buiten Vlaanderen opzien baarden. Nog meer vruchten plukken in de toekomst, door de bestaande dynamiek te versterken en uit te diepen: dat kan door de expertise van de coöperatieve beweging te blijven betrekken bij het uittekenen van een Vlaams beleidskader. De fundamenten zijn gelegd. Nu is het tijd voor verbinding, verbreding en verdieping.

Download het document.

1. Coöperatieve ontwikkeling: ministeriële bevoegdheid binnen de Vlaamse regering

Gezien de grote meerwaarde van coöperaties en de nood aan een gecoördineerd beleid, vraagt Febecoop dat coöperatieve ontwikkeling een volwaardige ministeriële bevoegdheid wordt binnen de portefeuille van de Vlaamse minister van Economie.
Eerdere initiatieven zoals de adviespremie, de opleidingscyclus COOPLAB of het begeleidingstraject voor starters van participatieve en sociale ondernemingen dat in 2018 en 2019 liep, hadden telkens een grote waarde en dito impact. In een volwaardig beleidskader kunnen ze elkaar pas echt versterken.

2. De ontwikkeling van specifieke domeinen ondersteunen

Vandaag speelt de coöperatieve beweging in op een aantal specifieke domeinen. Een paar sprekende voorbeelden:

• Coherente tools voor cohousers

Cohousing is een antwoord op een aantal ruimtelijke knelpunten in Vlaanderen: slimmer ruimtegebruik, compacter bouwen, meer groenbehoud en betere waterhuishouding. Cohousing combineert de voordelen van private woningen met die van gemeenschappelijke voorzieningen, en met een verhoogd gemeenschapsgevoel.
Steeds meer cohousers kiezen daarbij voor de coöperatieve vorm. De toekomstige bewoners – huurders of kopers – zoeken gepaste en coherente tools om in onderling overleg de verantwoordelijkheid op te nemen voor het ontwerp, de realisatie en het beheer van hun coöperatieve woonprojecten. Een nood waar de Vlaamse wetgever op kan inspelen.

• Bedrijfsoverdracht aan werknemers

In het buitenland overwegen vergrijzende bedrijfsleiders haast vanzelfsprekend de piste van bedrijfsoverdracht aan hun werknemers. Terecht, want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt het de duurzaamste formule te zijn om de economie lokaal te verankeren. In Vlaanderen treden enkele pioniers schoorvoetend voor het licht, dankzij met ESF-middelen ontwikkelde begeleidingsmethodieken (zie www.werknemerwordtovernemer.be). Om deze veelbelovende vorm van overdracht verder te ontwikkelen moeten er methodieken en best practices uitgewerkt worden. Ook is promotie nodig bij vergrijzende kmo’s om deze piste te leren kennen.

• Een eerlijke deeleconomie

Digitale deelplatformen als Uber, AirBnb en Deliveroo brengen zowel torenhoge bedreigingen als ongeziene kansen met zich mee. Bedreigingen zoals meer burgers die werken in precaire statuten. Maar ook kansen om burgers en werknemers te betrekken bij activiteiten die hen nauw aan het hart liggen.
Het coöperatieve model is hierop een antwoord, want het structureert platforms op een manier die zowel de gebruikers, de dienstverleners als de Vlaamse samenleving ten goede komt.
Om een coöperatieve platformeconomie uit te bouwen hebben initiatiefnemers de kennis nodig van softwareontwikkelaars, juristen, economen en zelfs wiskundigen. We moeten beleidsverantwoordelijken, het middenveld, vertegenwoordigers van werknemers en wetgevers en deskundigen op het vlak van de arbeidsmarkt betrekken. En zo ondernemers, burgers en werknemers inspireren en motiveren om zelf de mouwen op te rollen op basis van de hen aangeboden expertise.
Samen met de overheid wil de coöperatieve beweging:

  1. . een breed consortium opzetten dat de Vlaamse coöperatieve platformeconomie ondersteunt en ontwikkelt door onderzoeken, experimenten, vormingen, uitwisseling van best practices, technische ondersteuning … samen te brengen.
  2. een digitaal ecosysteem uitbouwen dat al deze kennis verzamelt en mensen (burgers/ondernemers) inspireert tot het opzetten van digitale platformen in de economie en/of de bestaande initiatieven beter ondersteunt om te overleven en succes te boeken op de lange termijn. Een eerste versie omvat een aantal concrete tools zoals een handleiding voor starters.

Zo kan Vlaanderen maximaal inzetten op technologische innovatie, en daarbij lusten en lasten lokaal houden. In een sfeer van permanent leren en samenwerking, zoeken we naar oplossingen voor knelpunten zoals schaalgrootte, alternatieve arbeidscontracten, beheer en eigendom van persoonlijke gegevens van burgers, milieu-impact, kwaliteit van de dienstverlening …

• Commons beheren

Ook in Vlaanderen lanceren burgers in toenemende mate collectieven, ook wel ‘commons’ genoemd. In commons organiseren gemeenschappen zich om collectief een hulpbron te beheren die gegarandeerd duurzaam en voor iedereen bereikbaar is, soms in interactie met de markt, soms met de overheid, soms met beide. Denk aan de burgercoöperaties die samen hernieuwbare energie produceren, maar evengoed aan een nieuw initiatief als Energiedemocratie, dat de burger een actieve rol wil geven in het beheer van bestaande lokale energienetwerken en in de ontwikkeling van nieuwe netwerken. Van de Vlaamse overheid verwachten we dat ze de commonsfilosofie uitdraagt naar haar stakeholders zoals de gemeenten, en dat ze haar ondersteunt door grootschaligere haalbaarheidsonderzoeken te financieren om zo te komen tot een toolset die deze beweging en haar initiatieven ondersteunt.

• Doorstroom van sociale naar reguliere economie

De kloof tussen de sociale en de reguliere economie is te breed. Doelgroepmedewerkers van maatwerkbedrijven stromen niet door, of slechts tijdelijk.
Er bestaan al initiatieven op het snijpunt tussen de sociale en de reguliere economie, in coöperatieve vorm. Via de kunde en kennis van deze coöperaties kunnen we structurele en duurzame oplossingen zoeken en realiseren. Door bijvoorbeeld de begeleidingservaring vanuit de sociale economie te combineren met specifieke hands-on opleidingen uit de reguliere economie.
De sociale economie kan zo de nodige doorstroom realiseren, de reguliere economie vindt de nodige geschoolde arbeidskrachten. Mensen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt krijgen de nodige kansen om ten volle deel uit te maken van de maatschappij en de economie.
Vanuit het juridisch model van de coöperatie is het werken met financiering via social impact bonds een resultaatsgerichte aanpak, die verder onderzocht dient te worden.

3. Haalbaarheidsonderzoeken financieren

Vandaag lopen in Vlaanderen tal van burgers rond met ambitieuze coöperatieve plannen. De missing link tussen het eerste wilde idee en het daadwerkelijk oprichten van een solide vennootschap, is een grondige haalbaarheidsstudie. Maar meestal ontbreken tijd, geld en kennis voor een ondernemings- en financieel plan dat de ambitieuze plannen realistisch kadert. Overheidsmaatregelen uit het recente verleden (o.a. de adviespremie voor startende ondernemingen in de sociale economie) toonden evenwel aan dat coöperatieve projecten succesvol uit de startblokken schieten dankzij een beperkte financiële tussenkomst van de overheid voor een grondig haalbaarheidsonderzoek.

4. Risicokapitaal voor startende en groeiende coöperaties

Met Trividend beschikt Vlaanderen, dankzij de steun van de Vlaamse overheid, over een goed werkend financieringsfonds voor sociale economie-initiatieven die zich inschrijven in de doelstellingen van de Verenigde Naties. Trividend verstrekt vooral achtergestelde leningen tot 150.000 euro.

Nog meer en betere resultaten zijn mogelijk wanneer:

  1. startende en bestaande coöperatieve vennootschappen die expliciet de 7 ICA-principes onderschrijven ook expliciet (opnieuw) tot de doelgroep kunnen behoren voor risicokapitaal.
  2. financieringsinstrumenten en -fondsen verder ontwikkeld of opengesteld worden om de groei van bovenvermelde coöperatieve domeinen mogelijk te maken, met bedragen van 200.000 tot 350.000 euro als seedkapitaal voor nieuwe domeinen.
  3. SIFO ook voor deze initiatieven geactiveerd wordt.

5. De coöperatieve ontwikkeling uitdiepen en versterken via een Staten-Generaal

Er is nood aan een platform met alle stakeholders (beleid, werkveld, financiers, middenveld …) dat via uitwisseling en dialoog tot een gezamenlijke agenda rond coöperatieve ontwikkeling komt voor de komende jaren. Hét moment om in kaart te brengen waar de coöperatieve beweging in Vlaanderen bij het eerste kwart van de 21ste eeuw voor staat, hoe ze kijkt naar de socio-economische uitdagingen en hoe coöperaties zich op innovatieve wijze organiseren om een duurzaam antwoord te geven op die uitdagingen.

Febecoop vraagt het samenroepen van een Staten-Generaal om dit debat te vertalen naar een ambitieus beleidsvoorbereidend coöperatief ontwikkelingsplan. Deze Staten-Generaal wordt voorbereid door een aantal coöperatieve fora: drie maal per jaar, over een periode van drie jaar, vindt een forum plaats rond een specifieke socio-economische uitdaging. Aan elk forum nemen verantwoordelijken deel uit de academische wereld, coöperaties, middenveld en beleid.

6. Coöperatief denken, leven en ondernemen duurzaam verankeren in het onderwijs

Coöperatief ondernemen krijgt een sterkere verankering in alle geledingen van het onderwijs, zodat toekomstige burgers bekend zijn met zowel de coöperatieve principes als de ondernemingsvorm. Febecoop vraagt dat coöperatief ondernemen een plaats krijgt in de leerplannen en de eindtermen van het lager en secundair onderwijs zodat een grondig begrip van de uiteenlopende ondernemingsvormen wezenlijk deel uitmaakt van elk pedagogisch project. Studierichtingen waarin vennootschapsvormen aan bod komen, dienen evenveel aandacht te schenken aan het statuut van coöperatieve vennootschap als aan de andere statuten (nv, bv, vof, …).

7. Diverse coöperatieve actoren erkennen als gesprekspartner voor de overheid

Een grote meerwaarde voor de vele coöperaties in ons land is de betrokkenheid en verbondenheid met een grotere coöperatieve beweging die de sector ondersteunt en haar belangen op de verschillende beleidsniveaus vertegenwoordigt. Ook is er een traditie van overleg en overeenstemming tussen een aantal actoren die de coöperaties in Vlaanderen vertegenwoordigen.

Ook voor de komende regeerperiode vragen wij een erkenning en een betrokkenheid van deze actoren via een regelmatig overleg met de overheid over de ontwikkeling van haar coöperatief beleid.

Download het document.

Gepubliceerd op:

Ga terug naar overzicht