9 voorstellen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontwikkelt een hoofdstedelijk project gericht op een betere levenskwaliteit voor zijn inwoners en gebaseerd op solidariteit en nabijheid. In het licht van talrijke uitdagingen – economische ontwikkeling, jobcreatie, mobiliteit, de strijd tegen dualisering en armoede, huisvesting … – reiken coöperaties oplossingen aan die net steunen op solidariteit en nabijheid. Bovendien is er een duidelijke heropleving van het coöperatief ondernemerschap, met de opkomst van projecten ondersteund door burgercollectieven die willen bijdragen aan de transitie naar een meer duurzame economie. Die initiatieven worden gedreven door de wil om kosten in rekening te brengen die de markt vaak negeert, zoals een correcte vergoeding voor wie bijdraagt aan de waardecreatie, of het beperken van de ecologische impact van de economische activiteiten. Met haar voorstellen wil Febecoop mee een antwoord bieden op de behoeften van die projecten en hun ontwikkeling bevorderen. Andere voorstellen moeten dan weer meer zichtbaarheid geven aan de alternatieve, coöperatieve ondernemingsvorm. Ten slotte moet de steun aan coöperaties rekening houden met de verschillende taal- en cultuurgemeenschappen in het Gewest. Het overheidsbeleid moet dus bijzondere aandacht besteden aan Nederlandstalige initiatieven en aan de actoren die ze steunen.

Download het memorandum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

1. De coöperatieve ontwikkeling als volwaardige ministeriële bevoegdheid

Coöperaties kunnen een sterke toegevoegde waarde betekenen voor het Gewest. Hun ontwikkeling zou dan ook een strategische prioriteit moeten zijn.

Voorstel

Coöperatieve ontwikkeling zou een volwaardige ministeriële bevoegdheid moeten worden onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Economie.

2. Staten-Generaal van de Coöperatie

Dit is het geschikte moment om een langetermijnvisie te bepalen voor de ontwikkeling van een sociale, coöperatieve economie die de sociaal-economische uitdagingen van het Gewest tijdens het eerste kwart van de 21e eeuw op een innovatieve, duurzame manier het hoofd kan bieden. Die denkoefening zou kunnen gebeuren in een Staten-Generaal van de Coöperatie, waar alle betrokken stakeholders bijeenkomen (politici, actoren op het terrein, financiers, academici, burgermaatschappij …). De Staten-Generaal zou voorbereid worden door een bepaald aantal thematische platforms.

Voorstel

Er wordt een Staten-Generaal van de Coöperatie georganiseerd om een ambitieus plan uit te werken voor de ontwikkeling van een sociale, coöperatieve economie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het doel is om drie jaar lang drie keer per jaar een forum te organiseren rond een specifiek thema.

3. Grotere pre-startpremies om de coöperatieve innovatie te ondersteunen

Coöperatieve projecten ondersteund door collectieven zijn complexe zaken om te realiseren. Als een startende coöperatie steun kan vinden bij haar gemeenschap zal ze zich pas op lange termijn ontplooien als ze een economisch model gevonden heeft waarmee ze de concurrentie in haar segment kan aangaan, terwijl ze tegelijk meer kostenfactoren internaliseert dan haar concurrenten. Om die uitdaging het hoofd te bieden, doen de coöperaties een beroep op de collectieve dimensie van hun ondernemersdynamiek en op de complementariteit van de actoren die bij het project betrokken zijn. Die oefening neemt echter tijd in beslag en vereist dus ook een minimum aan financiering. De initiatiefnemers van de projecten spelen in op die financieringsbehoefte door zo snel mogelijk een crowdfundingcampagne op te zetten om de coöperatie op te richten, terwijl het economische model van de onderneming nog niet vast staat. Dat betekent dat de investerende burgers een aan innovatie gerelateerd risico dragen, dat – gezien de beoogde duurzaamheid van die projecten – meer voor rekening van de overheid zou kunnen zijn.

Voorstel

Het systeem van de pre-startpremies wordt herbekeken, meer bepaald om de maatregel toegankelijk te maken voor coöperatieve starters. Toch zou het beter zijn om het bedrag van de premies op te trekken. Het kan immers tot twee jaar duren voor een coöperatief burgerinitiatief voldoende ontwikkeld en gestructureerd is. Starters die een premie toegekend krijgen, zouden rustig kunnen evalueren of het project haalbaar is en de basis leggen voor een economisch model dat kapitaal oplevert dankzij de samenwerking tussen de door het project betrokken actoren. Zo zou de lancering van het project, de oprichting van de onderneming en de lancering van de crowdfundingcampagne kunnen worden uitgesteld, en zou de maatregel CoopUs (publieke cofinanciering) pas gelanceerd kunnen worden op het moment dat de fundamenten van de onderneming stabiel zijn.

Ten slotte zou het wenselijk zijn dat de Nederlandstalige coöperaties in Brussel terechtkunnen bij de Nederlandstalige financier Trividend en dat het Gewest er voortaan mee zou samenwerken.

4. Gemengde coöperatieve vennootschappen (publiek/privé) om een duurzamere stedelijke ontwikkeling te bevorderen: “commons” creëren

Het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) van 12.07.2018 voorziet in de oprichting van een overlegplatform voor overheidsactoren betrokken bij duurzamere stedelijke ontwikkeling, en in de mobilisatie van privéactoren (burgers, organisaties, ondernemers) rond de uitdagingen van stedelijke ontwikkeling. Het GPDO roept meer bepaald op om ‘co-producerende samenwerkingsverbanden’ te steunen. In sommige landen wordt de gezamenlijke inwerkingstelling van sociaal-economische actoren vergemakkelijkt door territoriale ontwikkelingscoöperaties. Zij vertrekken vanuit de ontwikkelingsbehoeften van het betrokken grondgebied, en reiken een relevant antwoord aan door de inspanningen van de verschillende betrokken stakeholders op elkaar af te stemmen. Zo bestaan er in Frankrijk coöperatieve vennootschappen van algemeen belang waarin publieke en private actoren samenwerken door zich in te zetten voor de stimulering van het grondgebied. Dergelijke projecten passen in de commons-beweging: de wil van gemeenschappen om samen in te staan voor het beheer van een middel, om het duurzaam en toegankelijk te maken voor iedereen.

Voorstel

Het is wenselijk om de opkomst van ‘co-producerende samenwerkingsverbanden’ te steunen via een projectoproep die op de oprichting beoogt van gemengde coöperaties waarin publieke en private structuren samenwerken, en van burgercollectieven die ijveren voor de co-constructie en gecoördineerde lancering van projecten die een antwoord bieden op stedelijke uitdagingen zoals vastgesteld in het GPDO (verdichting van de woonfunctie, mobiliteit, kwaliteit van de leefomgeving, economische herwaardering enz.).

5. Betere begeleiding bij de oprichting en/of groei van coöperatieve projecten

De behoeften inzake begeleiding van sociale en coöperatieve ondernemers zijn sterk geëvolueerd. De uitbreiding van de gemeenschappen die projecten ondernemen, de groeiende ambitie om duurzamer te produceren en te consumeren, en de digitalisering van de economie zijn drie ingrijpende trends die de aanpak van sociale ondernemers complexer maken.

Op 23.07.18 keurde het Gewest een ordonnantie goed over de erkenning en de ondersteuning van sociale ondernemingen, aangevuld door een besluit van 20.12.18 dat de erkenningscriteria bepaalt. De ordonnantie voorziet ook in begeleidingsmaatregelen voor de oprichting en/of groei van sociale ondernemingen in de vorm van erkende en structureel gefinancierde adviesbureaus. Vandaag bestaan die maatregelen nog altijd niet. Ten slotte voorziet de ordonnantie de mogelijkheid voor de regering om andere ondersteuningsmiddelen voor sociale ondernemingen in te stellen, meer bepaald op het vlak van sensibilisering en begeleiding.

Voorstel

Er zou een begeleidingsmaatregel moeten komen in de vorm van erkende en structureel gefinancierde adviesbureaus zoals voorzien in de ordonnantie van juli 2018 met betrekking tot de erkenning van de sociale ondernemingen. De opdrachten toegekend aan die actoren, de toekenningsmodaliteiten en de subsidiebedragen moeten geparametreerd worden om de begeleidingspraktijken professioneler te kunnen aanpakken en aan te passen aan de behoeften van de sociale en coöperatieve ondernemers. Bovendien zouden de begeleidingsactoren actief met elkaar moeten samenwerken.

Wat andere maatregelen betreft zou het Gewest zich moeten buigen over de lessen geleerd uit het project Coopcity, dat tot 2021 door het EFRO-programma gefinancierd wordt, om te evalueren welke overheidssteun er nodig is om het centrum een blijvend karakter te geven, met het oog op de goede complementariteit en nauwe samenwerking met het overheidsagentschap Hub, en de maatregel van adviesbureaus.

6. Overheidssteun aanpassen aan de specifieke behoeften van coöperatieve deelplatforms

De zogenaamde deeleconomie is in volle ontwikkeling. Platforms zoals Uber en Deliveroo veroveren de arbeidsmarkt en ontregelen de activiteitensectoren waarin ze zich ontwikkelen. Hoewel de aangeboden dienst voor de gebruiker aantrekkelijk lijkt, is de collectieve balans minder positief, zowel op sociaal-economisch als op ecologisch vlak. Toch biedt dit type platforms ook een unieke kans om de burgers en werknemers te betrekken bij activiteiten die hen na aan het hart liggen. In dat opzicht zijn coöperaties vaak het meest geschikte juridische instrument voor dergelijke activiteiten. Het coöperatief model stemt het beste overeen met de oorspronkelijke waarden van de deeleconomie.

Er duiken dan ook coöperatieve deelplatforms op in erg uiteenlopende sectoren (duurzame mobiliteit, voorwerpen delen, toegang tot dagelijkse diensten, gezonde en lokale voeding …). Die platforms gaan uit van het coöperatief model door de verschillende stakeholders (gebruikers, werknemers, dienstverleners …) uit te nodigen om zich in te zetten voor het financieren en beheren van de onderneming waarvan ze mede-eigenaar worden. Hun uitdagingen zijn echter niet min: grote investeringen in informatica, technische complexiteit … Waar sommige platforms opgepompt worden door de speculatie over hun toekomstige waarde en zich ontwikkelen zonder de druk van onmiddellijke rendabiliteit, moeten de coöperaties vrij snel een duurzaam economisch model vinden.

Voorstel

Als aanvulling van ons voorstel om het mechanisme van de pre-startpremies aan te passen, zou er een speciale premie moeten komen voor digitale coöperatieve projecten. Zo kan de financiering van een informaticaprototype al opgenomen worden in de activiteiten die de oprichting van een onderneming voorafgaan.
Bovendien zou het goed zijn dat startende coöperaties risicokapitaal kunnen verkrijgen bij Brustart door de bepalingen ervan aan de praktijken en moeilijkheden van coöperaties aan te passen. Die mogelijkheid is nu enkel voorbehouden aan bvba’s en nv’s.
In opvolging van door het Gewest gefinancierde project (2018-2020) Platform Coop Brussels zou het goed zijn om de oprichting te bevorderen van een breed consortium dat de coöperatieve deelplatforms in Brussel ondersteunt door de integratie van onderzoek, experimenten, vorming, educatieve initiatieven, uitwisseling van best practices, technische steun, organisatie van evenementen …

7. Cohousing ondersteunen

Cohousing kan op tal van stedelijke moeilijkheden in Brussel een antwoord bieden: slimmer gebruik van de ruimte, rustige wijken, veilige speelpleinen voor de kinderen, compacter bouwen, meer behoud van groene ruimten en aandacht voor waterbeheer. Bovendien kan het bijdragen tot het herstel van het buurtgevoel. Cohousing verzoent de voordelen van privéwoningen met het delen van gemeenschappelijke voorzieningen en een groter gemeenschapsgevoel. In de praktijk wordt de coöperatieve vorm in deze context vaak gebruikt.

Voorstel

Het Gewest zou cohousinginitiatieven moeten steunen door middel van geschikte tools en een aangepast beleid.

8. Overdracht van vergrijzende kmo’s aan werknemers bevorderen

In sommige landen wordt overdracht van ondernemingen aan werknemers systematisch verkend. Tal van studies tonen aan dat dit een duurzame formule is om de lokale verankering van de economie te versterken.

Voorstel

Om de overdracht van ondernemingen aan hun werknemers te bevorderen en te ondersteunen, in het bijzonder de ‘vergrijzende’ kmo’s, moeten er maatregelen komen in de vorm van informatie- en promotiecampagnes, naast uiteraard toegang tot het systeem van de pre-startpremies.

9. Bewustmaking en opleiding over coöperatief ondernemerschap bevorderen

Het coöperatieve model blijft weinig bekend bij jongeren en toekomstige ondernemers. Nochtans is het al in de lagere school mogelijk om kinderen te laten kennismaken met de voordelen van de coöperatie. Deze houding gaat dan wel in tegen de individualistische reflexen aangemoedigd door de consumptiemaatschappij, maar de kinderen zullen er de vruchten van dragen wanneer het in de toekomst aan hen is om bij te dragen tot de overgang van onze economie naar meer duurzaamheid.

Voorstel

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet samenwerkingsakkoorden sluiten met de Federatie Wallonie-Bruxelles en de Vlaamse Gemeenschap om mechanismen aan te moedigen voor opleidingen over coöperaties in lagere scholen en de integratie van sensibiliserings- en vormingstools op het vlak van coöperatief ondernemerschap in de leerprogramma’s in het secundair en het hoger onderwijs. Bovendien zou er in het secundair en het hoger onderwijs een projectoproep gelanceerd kunnen worden voor de oprichting van kleine coöperatieve ondernemingen. De laureaten zouden dan een beurs ontvangen om te kunnen uitzoeken of hun ondernemingsproject op langere termijn haalbaar zou zijn.

Download het memorandum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Gepubliceerd op:

Ga terug naar overzicht