De C(r)ooperatie

Na net geen 500 dagen onderhandelen kwam er witte rook uit de schouw van het Egmontpaleis en beloofden vijftien ministers en vijf staatssecretarissen in beste maat- of mantelpak gestoken plechtig ”trouw aan de koning, de grondwet en de wetten van het Belgische volk”. Al dan niet met spiekbriefje in de hand.

Een bonte waaier van ideologisch sterk verschillende partijen afkomstig uit quasi drie autonome gewesten met hun eigen geur, kleur en taal moest met elkaar zien eens te worden over een overkoepelende regering en nam daar naar goede oude vaderlandse traditie ruimschoots zijn tijd voor.

Maar ziet: nog ruim drie maanden voor Kerstmis en er is al een klein wonder geschied! De tekst van het regeerakkoord oogt opvallend samenhangend en staat taalkundig zelfs beter op punt dan de verklaring van de Vlaamse regering, een jaar geleden.

De hamvraag is natuurlijk: kunnen coöperaties iets van deze regering verwachten?

 In het algemeen oogt het drieluik “KMO-vriendelijkheid”, “duurzaamheid” en “circulaire economie” in het regeerakkoord alvast veelbelovend.

Maar vooral ontlokte volgende zin ons een goedkeurende hoofdknik:

 De regering zal haar steun voor het coöperatieve model, dat zojuist volledig is opgenomen in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen, versterken”.

Applaudisseren doen we nog niet, Dat krijg je niet op basis van een scenario maar verdien je pas nadat de voorstelling jouw verwachtingen ingelost heeft.

We zijn dus benieuwd of de Minister van Economie en Werk bijvoorbeeld meer middelen zal vrijmaken voor de Nationale Raad voor de Coöperatie om het model in alle geledingen van de samenleving te promoten, hij de standpunten van de sector over de interne werking van de NRC en de erkenningsmodaliteiten in wetgeving zal vertalen en werk zal maken van een beter statuut voor werknemers in de platformeconomie.

Evengoed kijken we met argusogen naar de minister van Justitie om de laatste onvolkomenheden uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voor coöperaties weg te nemen en bijvoorbeeld de regelgeving rond de erkenningen “erkende coöperatie”, “sociale onderneming” en “landbouwonderneming” coherenter te maken.