Geen coöperatie meer voor vrije beroepers?

Sedert de invoering van het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) op 1 mei 2019 is een debat aan de gang of vrije beroepen nog voor de coöperatieve vennootschap kunnen kiezen. “Kan niet meer” oordeelden enkele juridische scherpslijpers. “Moet kunnen”, horen we in de coöperatieve sector.

Er bestaat geen discussie over dat de vele vrije beroepers die het coöperatieve statuut destijds enkel kozen omwille van de soepele uittredingsmogelijkheden ten laste van de vennootschap en de grote statutaire vrijheid tegen 2024 moeten overstappen naar de besloten vennootschap, die voortaan dezelfde soepelheid biedt. Maar wat met de vrije beroepers die zich inschrijven in het coöperatieve gedachtengoed, de zogenaamde transactierelatie tussen de vennoten en de vennootschap uitdiepen en de ICA-waarden en principes willen uitdragen?

Omwille een specifiek beroep kan je toch niemand het recht ontzeggen om zich achter de coöperatieve principes te scharen en de daarmee overeenstemmende rechtsvorm aan te nemen?
Hoe meer waardengedreven coöperaties, hoe beter!

Ecolo-politicus Georges Gilkinet stelde de vraag aan de minister van Justitie. Volgens Koen Geens komt de CV onder het nieuwe WVV niet meer in aanmerking voor de uitoefening van een vrij beroep. “Professionele vennootschappen kunnen de rechtsvorm van de bv aannemen en gebruik maken van de nieuwe mogelijkheden die deze vennootschapsvorm biedt. Dit neemt niet weg dat beoefenaars van vrije beroepen onder omstandigheden, en in voorkomend geval naast hun professionele vennootschap, een CV kunnen oprichten die wel geïnspireerd is door het coöperatief gedachtengoed”, aldus de minister.

Twee vennootschappen in plaats van één? Tiens. Was een van de doelstellingen van het nieuwe wetboek nu net niet om alles te vereenvoudigen?