Sommige coöperaties hebben A-aandelen en B-aandelen met een andere waarde voor verschillende types vennoten? Wat is daar het voordeel van, waarom zou je dit doen?

Vennoten kunnen heel uiteenlopende karakteristieken hebben of relaties hebben met de coöperatie: oprichter, oprichter/werkend vennoot later toegetreden werkend vennoot, sympathisant, klant, grotere financier, lokale overheid … Dan kan het gerechtvaardigd of zelfs aangewezen zijn om met verschillende soorten aandelen te werken, afhankelijk van de aard van die relatie of het specifieke karakter van de vennoot. 

Een klassiek voorbeeld is dat van een werkerscoöperatie.

Voor junior medewerkers zijn er de aandelen van soort C met een kleine instapwaarde. Meestal hebben jonge medewerkers niet de financiële middelen en/of de cultuur om meteen voor grote bedragen te participeren. Om hen toch vertrouwd te laten worden met het aandeelhouderschap kunnen ze bijvoorbeeld een jaar na hun indiensttreding aandelen verwerven van bv. 200 euro per aandeel. Voor hen is dit vaak een financiële drempel – voor de coöperatie is dit eerder een symbolisch bedrag dat het eigen vermogen eerder matig versterkt maar waar toch wat administratie tegenover staat: inschrijven in een register, uitnodigen op een AV.  C-aandelen zijn voor de junior medewerkers een toegangsticket tot de gewone statutaire algemene vergadering. Meestal worden drempels ingebouwd waardoor hun zeggenschap op bijzondere en buitengewone algemene vergaderingen beperkt blijft. Meestal is een bestuursmandaat statutair uitgesloten.

Aandelen van soort B met een  grotere instapwaarde zijn er voor senior medewerkers. Meestal hebben zij al iets meer financiële middelen en een cultuur om te participeren. Voor hen is de financiële drempel bijgevolg hoger, bv. 1.000 euro per aandeel. Die B-aandelen zijn niet alleen een toegangsticket tot de statutaire algemene vergadering maar ook op de buitengewone of bijzondere algemene vergadering kunnen ze al doorwegen bij een statutenwijziging. Meestal kunnen ze vertegenwoordigd worden in het bestuursorgaan.

Aandelen van soort A zijn er voor de oprichtende vennoten die onder de vroegere wet minstens 18.550 euro aan kapitaal moesten onderschrijven, de oprichtersaansprakelijkheid droegen en zich (minstens tot er gelijkwaardigheid is in de financiële participatie van de senior vennoten) beschermen tegen een potentiële putch door statutair een meerderheid te garanderen in het bestuursorgaan, te voorzien in bijkomende rechten in verband met overdracht van aandelen, wijzigen van statuten, beslissen tot overnames, fusies, vereffening …

Lees ook: Soorten aandelen creëren: waarom en wanneer?