De plaats van coöperaties in de huidige economie

In België leven wij, net als bijna overal ter wereld, in een samenleving die sterk door de vrijemarkteconomie gedomineerd wordt. De evolutie ervan is de laatste decennia echter zorgwekkend. We zijn naar een economisch en sociaal systeem geëvolueerd dat nagenoeg volledig gericht is op competitiviteit, groei en financiële meerwaarde, meestal op korte termijn en doorgaans zonder oog voor de sociale, maatschappelijke of ecologische gevolgen op langere termijn.

Almaar meer mensen, politici, onderzoekers en specialisten uit verschillende vakgebieden, waaronder uiteraard ook economen – en niet alleen de zogenaamde non-conformistische economen, verre van zelfs – trekken aan de alarmbel met het oog op die schijnbaar meedogenloze beweging (There Is No Alternative of TINA), die ongelijkheden verder vergroot, arbeidskrachten en consumenten onbillijk behandelt, en onze planeet vernietigt. Andere niet mis te verstane alarmsignalen komen van burgers die zich steeds meer via manifestaties verenigen rond prangende maatschappelijke en ecologische problemen.

Hoewel overheden pogingen doen om die evolutie te keren, zijn ze ontoereikend. Bovendien is iedereen zich ervan bewust dat de oplossingen slechts gedeeltelijk en moeilijk te vinden zijn op lokaal, gewestelijk of nationaal niveau, aangezien de echte antwoorden op internationaal vlak geformuleerd moeten worden (wat voor ons begint met het Europese niveau). Toch is het tijd voor actie op lokaal, regionaal en nationaal vlak, want de overheden van die niveaus zijn allesbehalve machteloos.

Terwijl een zeer kleine minderheid almaar rijker wordt en multinationals vaak uitsluitend in het belang van hun aandeelhouders handelen, treft het besparingsbeleid vooral consumenten en arbeidskrachten, en in het bijzonder de jeugd, die met grotere uitdagingen dan ooit geconfronteerd wordt. We hebben een economie nodig die voor de gewone burgers werkt. Zij moeten opnieuw kunnen vertrouwen op de ondernemingen waarmee ze als arbeidskrachten en consumenten verbonden zijn. De keuzes op het vlak van organisatie van de economie, en op het vlak van de verdeling van de rijkdom, worden cruciaal om het vertrouwen van de kiezers te herstellen.

Er is een grote nood aan politieke maatregelen die de negatieve effecten van de globalisering tegengaan en die een economie bevorderen waarin de ambities en belangen van burgers voorrang krijgen op elk ander belang. Een economie die de ongelijkheid bestrijdt met een billijke verdeling van de rijkdom die ze creëert, en die de milieuproblemen aanpakt waarmee we geconfronteerd worden.

Die vereiste impliceert geen keuze tussen een interventie van de overheid en steun aan de vrije markt: ondernemingen zijn nodig, en wel ondernemingen die rijkdom creëren én delen, die handelen in het belang van consumenten, die hun werknemers actief bij de onderneming betrekken, en die bijdragen tot de sociale en ecologische transitie. Het gaat dus niet enkel over de verdeling van de winst. De uitdaging is om consumenten en arbeidskrachten de mogelijkheid te geven om hun sociale, economische, politieke of ecologische omstandigheden te veranderen, en om hen meer verantwoordelijkheid en autonomie te geven (beter bekend als het Engelse begrip empowerment). Een economie die zowel zin geeft aan werk als aan consumptie.

De overheid moet een grotere diversiteit in de bedrijfswereld bevorderen.

Met dat doel voor ogen moeten coöperaties actief ondersteund worden. Al in de begindagen van de industriële revolutie en het moderne kapitalisme zochten mensen en groeperingen via een alternatieve economische benadering naar oplossingen voor de maatschappelijke problemen. Als de klassieke economie – gebaseerd op privé-eigendom, de wet van vraag en aanbod, en winst – niet in al onze behoeften kan voorzien, en als we voor de meest fundamentele problemen niet (meer) op een oplossing van de overheid kunnen rekenen, nemen we ons lot in eigen handen en proberen we zelf in onze behoeften te voorzien: wat we samen doen, doen we beter (self help). Dat is de essentie van het coöperatieve model, dat gebaseerd is op een echte filosofie van het delen van de macht en de waarde op ondernemingsvlak. Op macro-economisch vlak kunnen de vennoten – of ze nu consument of medewerker zijn – zich losmaken van marktmechanismen die hun individuele keuzemogelijkheden en slagkracht beperken. Als vennoten kunnen ze hun sociaaleconomische lot als het ware weer in eigen handen nemen en een reëel alternatief uitwerken door een onderneming te starten die ze bezitten en beheren.

Het coöperatieve model is op alle vlakken belangrijk. Sinds het ontstaan ervan in de 19e eeuw slaagt het model erin zich constant heruit te vinden door zowel een antwoord te bieden op de klassieke noden – landbouw, distributie, financiële diensten, culturele activiteiten, gezondheidszorg, huisvesting – als op nieuwe ambities: jobcreatie, eerlijke handel, welzijn, duurzame mobiliteit, energiebevoorrading enz. Bovendien kunnen coöperatieve ondernemingsprojecten vandaag, voor hetzelfde project, meer stakeholders aanspreken en aantrekken dan vroeger. Die multistakeholdercoöperaties reiken een bijkomend antwoord aan voor de vereiste dat coöperatieve ondernemingen rekening houden met de belangen van zo veel mogelijk stakeholders én met het algemeen belang. Want de beste manier om rekening te houden met de belangen van externe stakeholders bestaat erin hen tot interne stakeholders te maken, met name als volwaardige vennoten.

Een multistakeholdercoöperatie is een goede manier om de co-creatie van goederen of diensten met alle betrokkenen te organiseren, een echte sociale innovatie op het vlak van economische democratie en ecologische verantwoordelijkheid. Multistakeholdercoöperaties bieden het voordeel dat ze alle actoren betrekken, via hun middelen of activiteiten, met mogelijk inbegrip van de overheid, in het bijzonder de regionale en lokale overheden.

Coöperatieve ondernemingen zijn verankerd in de reële economie én lokaal verankerd. Daardoor blijven ze nauw betrokken bij de belangen van hun leden en halen ze het beste uit hun specifieke kenmerken om crisissen het hoofd te bieden en te bewijzen dat het mogelijk – en zelfs wenselijk – is om economische eisen en maatschappelijke doelstellingen met elkaar te verzoenen.

De overheid moet het coöperatieve model meer ondersteunen omwille van zijn innovatieve, maatschappelijk verantwoorde en economisch efficiënte aanpak. Bovendien zou ze zich als interne stakeholder – of zelfs initiatiefnemer – moeten inzetten voor coöperatieve projecten die het algemeen belang dienen.

Gepubliceerd op:

Ga terug naar overzicht