Hoe ziet ons verdienmodel eruit?

Elk bedrijf, en dus ook een coöperatie, verdient zijn brood door meer inkomsten dan kosten te hebben. Je verdienmodel beschrijft op welke manier je precies je geld verdient. De vakliteratuur spreekt over inkomstenstromen (revenue streams) en de kostenstructuur (cost structure). Specifiek aan coöperaties is dat ze met restorno’s kunnen werken.

De kostenstructuur

De kostenstructuur is het eenvoudigst in kaart te brengen. Je geeft alle kosten weer die nodig zijn om jouw coöperatie te laten draaien. Dat doe je het best voor een periode van drie jaar, want de kostenstructuur in het opstartjaar zal er anders uitzien dan wanneer je coöperatie goed op dreef is.

Een onvolledig lijstje:

  • personeelskosten
  • gebouw
  • hard- en software
  • telecom
  • verzekeringen
  • financiële kosten
  • marketingkosten
  • lidmaatschappen
  • productiekosten
  • verplaatsingskosten
  • abonnementen
  • boekhouding

De inkomstenstromen

Om voldoende inkomstenstromen te genereren, moet jouw coöperatie aan haar klanten voldoende toegevoegde waarde bieden. Enkele mogelijke modellen:

  • Commissie

Een typisch resultaatsgebonden verdienmodel (no cure no pay) dat vaak voorkomt in coöperaties: producten of diensten van vennoten aan de man brengen. Hiervoor krijgt de coöperatie een percentage van de verkoopprijs of een vast bedrag per transactie.
Vaak wordt dit model gecombineerd met de restorno. Indien er op het einde van het jaar voldoende winst is, ontvangen de vennoten een bedrag dat recht evenredig is met verrichtingen die ze met de vennootschap gedaan hebben. Hoe meer transacties met de coöperatie, hoe hoger de teruggave. De coöperatie werd immers opgericht om in de behoeften van haar vennoten te voorzien. Ze moet dus niet meer reserves opbouwen dan nodig om haar continuïteit te verzekeren.

Voorbeelden van coöperaties die met een commissie werken:

  • Smart.coop: de aangesloten freelancers betalen 6,5% van elke factuur door aan SMart, die voor hen administratie en sociale zekerheid regelt.
  • Lekkers uit het Pajottenland: de producenten van streekproducten betalen de coöperatie voor de marketing en distributie die zij op zich neemt.

Voorbeelden van coöperaties die met een commissie en ristorno werken:

  • Coop Apotheken, Multipharma: de vennoten verzamelen punten op een kaart telkens ze aankopen doen bij de coöperatie. Die punten worden omgezet in een korting.
  • Uurtje-factuurtje

Nog steeds het meest gebruikte verdienmodel bij dienstverleners. Je schat in hoeveel uren je aan de opdracht zal besteden en stelt een offerte op met daarin het aantal uren maal de kostprijs per uur. Een variant is het werken in regie, waarbij je de klant factureert op losse uurbasis.

Het grootste voordeel van dit systeem is de eenvoud.

Het nadeel hiervan is dat je doorgaans een standaard uurtarief hanteert en er dus een maximaal inkomen aan vastzit. Kan jij maximaal veertig uur per week werken? Dan weet je wat jouw maximale omzet per week, maand of jaar zal zijn.

Daarnaast moet je voortdurend werk genereren en opdrachten of klanten binnenhalen, wat arbeidsintensief is.
Een bijkomend nadeel is dat dit verdienmodel volledig op prijs is gebaseerd. De prijs kan op een gegeven moment niet meer omhoog, omdat de concurrentie hier al onder zit.
Je bouwt geen waarde op met je bedrijf. Die creëer je pas met een unieke dienst of product met een daarbij horende unieke prijs.

Coöperaties met een uurtje-factuurtje-verdienmodel:

  • Communicatiebureau Magelaan
  • Boekhoudkantoor Q-bus
  • Het servicemodel

Een behoorlijk lucratief model is het servicemodel.

Je verkoopt goederen voor een niet al te hoog bedrag en draait jouw daadwerkelijke omzet met het onderhoud van die goederen of een servicecontract. Een IT-bedrijf maakt bijvoorbeeld relatief goedkoop planningssoftware, maar draait haar daadwerkelijke omzet door vervolgens tegen een uurprijs vormingen over het gebruik te geven, storingen op te lossen en als helpdesk te fungeren.

Coöperaties met een servicemodel:

  • elektrische-autodeelbedrijf Partago