Wat kunnen we doen? Breng het in kaart met een SWOT.

Analyseren wat er op je afkomt uit je omgeving. En stilstaan bij je eigen sterktes en zwaktes. Twee ingrediënten voor een goede toekomststrategie. 

1. Analyse van de omgevingsfactoren: naar buiten kijken!

Het is niet de meest kapitaalkrachtige starter die op lange termijn de meeste overlevingskansen heeft. Het is de startende onderneming die met al haar sterktes maar ook met al haar zwaktes kan inspelen op de kansen en bedreigingen rondom haar.

Begin daarom met een externe analyse waarmee je kansen en bedreigingen in kaart brengt.

Met een DESTEP-analyse krijg je een beeld van kansen en bedreigingen in de externe (macro-)omgeving waarin je startende coöperatie actief zal zijn. DESTEP staat voor Demografisch, Economisch, Sociaal/cultureel, Technologisch, Ecologisch en Politiek/juridisch. Allemaal factoren die de omgeving van een onderneming bepalen.

1. De demografische omgeving verwijst naar de samenstelling van de bevolking en de gevolgen daarvan bijvoorbeeld voor ontwikkelingen in de vraag. Toegenomen migratie leidt bijvoorbeeld naar andere behoeftepatronen. Een veranderende samenstelling van de bevolking heeft uiteraard ook gevolgen voor de beschikbaarheid van arbeidskrachten op de arbeidsmarkt.

Voorbeelden:

  • Leeftijdsopbouw van de bevolking (bijvoorbeeld ontgroening of vergrijzing)
  • Groei en omvang van de bevolking
  • Grootte van de huishoudens
  • Mate van verstedelijking (verhouding stad-platteland)
  • Diversiteit (bijvoorbeeld verhouding in gender, origines …)

2. De economische trends zijn zaken zoals de omvang en de aard van de output en de mogelijke grootte van de vraag. Hoeveel kunnen consumenten besteden? Hoe liggen de werkloosheidscijfers? Is er onzekerheid over de economische situatie?

Voorbeelden:

  • Conjunctuur van een regio, gewest en/of land
  • Koopkracht (hoogte modale inkomen) in een regio, gewest of land
  • Inkomensverdeling (arm – middenklasse – rijk)
  • Werkgelegenheidsgraad
  • Arbeidsmarkt: evoluties
  • Trend naar kleinschaligheid
  • Trend naar transparantie
  • Globalisering

3. De sociaal-culturele trends brengen de behoeften en voorkeuren van huidige klanten in kaart, maar kunnen ook leiden naar nieuwe klantensegmenten.

Voorbeelden:

  • Dominante waarden en normen
  • Opleidingsniveau
  • Geloofs- en andere overtuigingen
  • Levensstijl
  • Sociale netwerken
  • Invloed media
  • Individualisering
  • Mondigheid burgers/zin om te participeren
  • Invloed vakbonden
  • Invloed drukkingsgroepen

4. Technologische ontwikkelingen veranderen de werkwijze in bedrijven en zijn de voornaamste aanjagers van nieuwe marktmogelijkheden. Proces- en productinnovaties en vooral innovaties in communicatietechnologie komen in snel tempo op ons af. Idem zelfrijdende auto, zelfdenkende huizen …

Voorbeelden:

  • Informatietechnologie
  • Communicatiemogelijkheden
  • Biotechnologie
  • Milieutechnologie
  • Internationale regelgeving
  • Nieuwe productiemethoden
  • Nieuwe gereedschappen
  • Nieuwe verbeterde producten
  • Automatisering
  • Mate van acceptatie technologische mogelijkheden

5. De ecologische factoren verwijzen naar de aandacht voor milieu en het (overmatig of ondoelmatig) gebruik van natuurlijke rijkdommen. Duurzaam te werk gaan heeft implicaties voor producten en productiemethoden.

Voorbeelden:

  • Klimaat
  • Het weer
  • Natuur en landschap
  • Energiebronnen
  • Zorg om leefmilieu
  • Duurzaam en/of maatschappelijk verantwoord ondernemen

6. De politieke omgeving zorgt vooral via wet- en regelgeving voor de context waarin het economisch leven zich ontplooit. Van belang zijn hier de verwachtingen over de ideologische voorkeuren van partijen (een linkse of rechtse regering maakt andere keuzes), wetgevende initiatieven (denk aan de aandacht voor het milieu maar ook ten opzichte van werk en sociale zekerheid) en de hiërarchie van de wetgevende instanties (Europa, federale wetgeving versus regionale autonomie …) met een bepalende invloed van het regionale niveau op sociale economie.

Voorbeelden:

  • Wetgeving (lokaal, nationaal en internationaal)
  • Overheidsbeleid (lokaal, binnenlands beleid)
  • Invloed van belangenorganisaties
  • Invloed van overheid op bedrijfsleven
  • Mate van interventie in economie door de overheid
  • Mate van invloed van burgers op overheidsbeleid
  • Vertrouwen van burgers in het beleid

Doen:

Geef vanuit je professionele ervaring maar evengoed vanuit je algemene kennis en buikgevoel aan welke omgevingsfactoren een bepalende invloed zullen hebben op de activiteiten van je startende coöperatie. Duid aan welke van deze factoren je als een kans ziet, en welke als een bedreiging voor je startende coöperatie.

Omgevingsfactoren: Kans Bedreiging
1.
2.
3.
4.

Hoe zou je coöperatie op deze externe factoren kunnen inspelen om binnen 5 tot 10 jaar een relevante onderneming te zijn?
…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………

2. Je sterkte/zwakte-analyse: naar binnen kijken!

Elke persoon en elke organisatie heeft sterke en zwakke punten. Om succesvol uit de startblokken te schieten en ook in de toekomst een succesvol bedrijf te zijn, moet je je sterktes en zwaktes slim inzetten in functie van de kansen en bedreigingen die je hierboven opsomde.

Ter inspiratie, een niet-beperkend lijstje:

  • Medewerkers (technische kennis, motivatie, onderling vertrouwen, vorming …
  • Raad van bestuur (competenties, motivatie, onderlinge samenhang …)
  • Processen: informatica/productieplanning
  • Kwaliteitslabels
  • Machinepark
  • Productinnovaties
  • Gebouwen/locatie: ligging, grootte, inrichting …
  • Kwaliteit van de producten
  • Financiële slagkracht
  • Commerciële slagkracht
  • Kennis van de markt
  • Schaalgrootte
  • Interne communicatie
  • Imago/geloofwaardigheid

Doen:

Benoem de drie zwakste punten die een rem zijn op de oprichting en/of werking van je startende coöperatie:

  1. …………………………………………………………………………………………………………………………………………
  2. …………………………………………………………………………………………………………………………………………
  3. …………………………………………………………………………………………………………………………………………

Benoem de drie sterkste punten van je organisatie die kunnen bijdragen tot de oprichting en de werking van je startende coöperatie

  1. …………………………………………………………………………………………………………………………………………
  2. …………………………………………………………………………………………………………………………………………
  3. …………………………………………………………………………………………………………………………………………

Geef aan hoe je sterktes en zwaktes gaat inzetten:

…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………………………………