Welke principes en spelregels maken coöperaties anders?

Coöperaties stellen niet winst maken voorop, maar het bevredigen van de behoeften van mensen. Ze vertrekken dus van andere principes, en natuurlijk hebben ze ook andere spelregels nodig dan degene die in de reguliere economie gelden.

Andere principes

Coöperaties delen een aantal principes die hen onderscheiden van andere bedrijven. Zo is er het principe van het democratisch stemrecht: wie het meeste kapitaal inbrengt in de coöperatie, hoeft daarom niet het meeste zeggenschap te hebben. Of het principe van de dividendbeperking: aangezien het kapitaal de dienaar en niet de heerser in de coöperatie is, moet het niet noodzakelijk even hoog vergoed worden als in een klassieke onderneming.
De Internationale Coöperatieve Alliantie heeft het over in totaal zeven principes die coöperaties kenmerken.

Andere spelregels

Een andere manier van economie bedrijven vraagt ook een ander statuut. Het spreekt haast voor zich dat klassieke ondernemingsstatuten zoals de nv en de bvba geen geschikte vehikels zijn voor duurzame samenwerkingsverbanden. Daarom werd in ons Wetboek van Vennootschappen ook de coöperatie opgenomen en wel in vier verschillende varianten: de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba), de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa), de coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk (CV-SO) en de Europese coöperatieve vennootschap (SCE). Bekijk ook het overzicht van de vennootschapsvormen.

Anders dan in de meeste Europese landen zijn de coöperatieve principes niet afdwingbaar in België, want het juridisch kader kent hier geen zogenaamde bepalingen van dwingend recht. Integendeel, de naleving ervan werd facultatief gemaakt door vele zogenaamde suppletieve bepalingen in de wet. Met andere woorden: een promotor van een coöperatief project kan in de statuten van zijn coöperatie afwijken van de standaardbepalingen die de wetgever in het Wetboek van Vennootschappen voorzien heeft.

Al die afwijkingsmogelijkheden maken deze handelsvennootschap een zeer soepele ondernemingsvorm. Zowel wat de kapitaalbewegingen betreft als het al dan niet toekennen van rechten en plichten aan de vennoten met betrekking tot hun intreding, uittreding, uitsluiting … tot en met de waarde van hun scheidingsaandeel wanneer ze uittreden. Deze grote flexibiliteit trekt ondernemers aan die niet in het minst geïnteresseerd zijn in de coöperatieve principes.

Daarom bestaan er in België onder de coöperatieve noemer twee types van coöperaties naast elkaar: diegene die de coöperatieve principes heel bewust in de praktijk brengen en de andere die het statuut louter voor het gebruiksgemak kozen. De laatste cijfers hierover vind je in de Belgian Cooperative Monitor.

Om een onderscheid te kunnen maken tussen deze twee types van coöperaties, werd in 1955 de Nationale Raad voor de Coöperatie opgericht. Die kent een kwaliteitslabel toe aan coöperaties die coöperatieve principes als vrijwillige toetreding, dividendbeperking en democratisch stemrecht in hun statuten verankerd hebben.