In welke vorm mogen we het kapitaal inbrengen?

De oprichters van een coöperatie moeten geld inbrengen. Maar onder welke vorm: in speciën, natura of quasi-inbreng?

Inbreng in geld

Inbreng in baar geld is het meest gebruikelijk. Het totale bedrag moet minstens voor een derde volgestort zijn. En elk van de vennoten moet minstens een vierde daarvan volgestort hebben.

Voorbeeld
De heer Janssens brengt 10.000, de heer Peeters 6.000 en mevrouw Timmermans 5.000 euro in. De volledige inbreng in speciën bedraagt dus 21.000 euro. Daarvan moet minstens 7.000 euro volgestort zijn.

Inbreng in natura

Er kunnen ook goederen ingebracht worden, wat een inbreng in natura genoemd wordt (artikel 394 van het wetboek van vennootschappen). Het artikel definieert deze inbreng in natura als “vermogensbestanddelen die naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, met uitsluiting van verplichtingen tot het verrichten van werk of diensten”.

Denk aan: inbreng van een gebouw voor de maatschappelijke zetel van de vennootschap, inbreng van bureaumeubelen en stoelen …

Op hoeveel maatschappelijke aandelen heb je recht in ruil voor dit type inbreng? Om dit te achterhalen is de tussenkomst van een bedrijfsrevisor vereist, vóór de ondertekening van de statuten. De revisor stelt een formeel verslag op over de waarde die de ingebrachte goederen volgens jouw eigen inschatting  hebben. Dat is nodig om te controleren of je jouw inbreng niet overgewaardeerd hebt. Stel bv. dat je jouw inbreng waardeert tegen 10.000 euro maar de goederen in werkelijkheid maar 2.000 euro waard zijn, dan zou wie met jouw coöperatie zakend oet, misleid worden over de solvabiliteit van de vennootschap.

In zijn verslag beschrijft de revisor de inbreng in natura en de toegepaste waarderingsmethodes. Verder duidt het verslag van de revisor aan welke waarde er als tegenprestatie voor de inbreng geldt (hoeveel aandelen je bijgevolg krijgt in ruil voor de inbreng in natura).

Nog een tweede verslag is vereist zijn ingeval van inbreng in natura, namelijk een verslag opgesteld door de oprichters, die daarin verantwoorden welk belang de inbreng in natura voor de vennootschap heeft.

Quasi-inbreng

Dit type inbreng komt heel zelden voor. Waarom ‘quasi’? Omdat het niet echt een inbreng is, maar veeleer een procedure waarmee een oprichter, vennoot of bestuurder zijn voornemen kenbaar maakt om een van zijn goederen aan de vennootschap af te staan binnen de twee jaar na de oprichting, voor een prijs die hoger is dan 10 % van het geplaatste kapitaal.

Ook hier is het opstellen van een revisoraal verslag of een bijzonder verslag van de oprichters vereist.