Wil je werk maken van de zeven coöperatieve principes?

De Internationale Coöperatieve Alliantie (de overkoepelende internationale organisatie van de coöperatieve beweging) onderscheidt zeven principes die coöperaties drijven. Zijn ze jullie op het lijf geschreven, of stellen jullie andere uitgangspunten voorop?

Wereldwijd, en in toenemende mate ook in Vlaanderen, vormen de zeven ICA-principes het richtsnoer van het handelen van coöperaties. Het gaat niet om theoretische concepten, integendeel. Gegroeid uit jarenlange goede coöperatieve praktijken vormen ze het DNA van het coöperatieve model. Maar coöperaties zijn levende organismen die zich voortdurend aanpassen aan hun maatschappelijke context, en dus past ook hun erfelijk materiaal zich gestaag aan hun omgeving aan.

Dit zijn de zeven principes die de ICA distilleert:

1. Vrijwillig en open lidmaatschap

Tot een coöperatie treed je vrijwillig toe. Coöperaties staan open voor alle personen die de diensten ervan kunnen gebruiken en het maatschappelijk doel onderschrijven, zonder seksuele, sociale, raciale, politieke of religieuze discriminatie. Door toe te treden aanvaarden de vennoten de verantwoordelijkheden van het lidmaatschap en hun gelijkwaardigheid tegenover andere vennoten.

De eigenheid van coöperatief verantwoord ondernemen is dat de leden een dubbele band hebben met hun coöperatie. Ze zijn namelijk tegelijk financieel aandeelhouder en gebruiker van hun coöperatie. Indien de vennoot gewoon een aandeelhouder is die alleen maar een financiële band met de coöperatie heeft, dan kan dit al wijzen op een oneigenlijke coöperatie.

2. Democratische controle door de leden

Coöperaties werken voor de duurzame ontwikkeling van hun gemeenschap via beleidsmaatregelen die goedgekeurd worden door de leden.

Door de democratische besluitvorming zijn coöperatieve aandeelhouders op financieel én sociaal vlak ‘eigenaar’ van hun coöperatie. Coöperatieve vennootschappen zijn personenvennootschappen en geen kapitaalsvennootschappen. Deze personen verenigen zich als gebruikers en staan daarom met elkaar op voet van gelijkheid. Omdat coöperaties door de leden democratisch bestuurd worden, staat hun deelname aan de beslissingen los van hoeveel kapitaal ze in de vennootschap ingebracht hebben. In principe geldt ‘één man/vrouw, één stem’, maar dit kan ook een soepelere invulling krijgen, via een beperking van stemrecht zoals opgenomen in de Belgische wetgeving ten aanzien van de erkende coöperaties en met als regel dat niemand aan de algemene vergadering kan deelnemen met meer dan 10% van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemmen.

3. Economische participatie door de leden

Het kapitaal van de coöperatie bestaat uit billijke bijdragen van de vennoten. Doorgaans is minstens een deel van het kapitaal gemeenschappelijk bezit van de coöperatie, en is het rendement op het ingebrachte kapitaal beperkt. Vennoten gebruiken overschotten voor een of meerdere van volgende doelstellingen: de coöperatie ontwikkelen, (ten dele ondeelbare) reserves aanleggen, voordelen voor de vennoten in verhouding tot hun transacties met de coöperatie, en andere activiteiten ondersteunen die de goedkeuring van de vennoten wegdragen.

De economische participatie van de vennoot is per definitie een bijdrage in het kapitaal. De vennoten dragen gezamenlijk het economische risico. Een vergoeding op het kapitaal is toegestaan maar beperkt (6 % in een erkende Belgische coöperatie). Ook kan het saldo van de winst verdeeld worden onder de vennoten in verhouding tot de verrichtingen die ze met de vennootschap gedaan hebben, zonder rekening te houden met hoeveel kapitaal elk van hen inbrengt. Met de niet-uitgekeerde winst bouwen de vennoten hun coöperatie verder uit of financieren ze andere (maatschappelijke) doelen die ze hebben goedgekeurd.

Leden treden vrijwillig toe tot een coöperatie, maar coöperatieve aandelen zijn per definitie op naam en de overdracht ervan is gebonden aan de statutaire bepalingen van de coöperatie (meestal enkel onder vennoten). De statuten van coöperaties schrijven bijvoorbeeld vaak voor dat leden alleen maar kunnen uitstappen na een minimale aansluitingsduur. Coöperatieve aandelen zijn niet alleen beperkt overdraagbaar, de uittredingswaarde ervan wordt vaak statutair beperkt tot de oorspronkelijke inleg, ook indien de waarde van de aandelen boekhoudkundig gestegen is.

Samen zorgen deze principes ervoor dat coöperaties niet aantrekkelijk zijn voor aandeelhouders die alleen uit zijn op winstmaximalisatie. Meestal wordt de economische participatie ook gegarandeerd doordat leden hun coöperatie gebruiken voor economische verrichtingen : aankopen, verkopen, ontlenen, werken …

4. De coöperatie blijft autonoom en onafhankelijk

Coöperaties zijn autonome zelforganisaties die gecontroleerd worden door hun leden. Wanneer coöperaties akkoorden sluiten met andere organisaties, inclusief overheden, of kapitaal aantrekken van externe bronnen, dan weten ze de democratische controle door de leden en hun autonomie daarbij te waarborgen.

Als coöperaties samenwerkingsverbanden aangaan met andere organisaties – inclusief overheden – of als ze extern kapitaal aantrekken, dan respecteren ze twee voorwaarden: de democratische controle van de leden moet gevrijwaard blijven en de coöperatieve autonomie moet verzekerd zijn. Dit veronderstelt dat de coöperatie meer dan een ander bedrijf haar vennoten informeert en betrekt bij haar beleid .

5. De coöperatie vormt en informeert

Coöperaties voorzien in onderwijs en vorming voor hun leden, hun verkozen vertegenwoordigers, hun managers en hun werknemers, zodat die doeltreffend kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en de eigenheid van de coöperatie. Ze informeren het ruimere publiek –in het bijzonder jongeren en opiniemakers – over de aard en de voordelen van de coöperatie.

Vormen en informeren kunnen uiteraard op veel manieren: opleidingen voor nieuwe of bestaande bestuurders, bestuursvergaderingen die openstaan voor alle leden. Coöperaties informeren vaak ook het grote publiek en opiniemakers over de aard en de voordelen van coöperatief ondernemerschap.

6. Coöperaties werken met elkaar samen

Coöperaties werken samen om de belangen van hun leden maximaal te dienen. Ze doen dit lokaal, regionaal, nationaal en internationaal.

Om in een concurrentiële context te kunnen overleven en hun leden een betere dienstverlening te kunnen geven, zet dit principe coöperaties er toe aan om hun krachten te bundelen. Bij voorkeur gebeurt dit met andere coöperaties, die beter dan wie ook hun specificiteit begrijpen én delen.

7. Coöperaties zijn nauw betrokken bij de gemeenschap

Coöperaties werken voor de duurzame ontwikkeling van hun gemeenschap via beleidsmaatregelen goedgekeurd door de leden.

Coöperaties hebben niet toevallig aandacht voor hun gemeenschap. Het zijn bij uitstek ondernemingen die via hun eigenaarschap en democratische controle voor lokale verankering zorgen en dus bekommerd zijn om de lokale gemeenschap.